Wie aan komt lopen in Juliets Kitchen, herkent hem eigenlijk al meteen: Samuel. Zijn lach, zijn groet, de opgewekte energie die hem vooruit lijkt te duwen. “Ik hou van mensen,” zegt hij. En dat voel je. Hij is een vertrouwd gezicht, een lichtpunt in het gebouw. Maar achter die vrolijke aanwezigheid schuilt een bewogen levensverhaal dat begint in een totaal andere wereld.
Samuel groeide op in het oosten van Sierra Leone. Als hij over zijn jeugd praat, verschijnt er een glimlach: “De eerste vijftien jaar waren heel leuk. Alles wat kinderen moeten hebben, dat hadden we. Buiten spelen, zwemmen in rivieren, vriendjes in het dorp”
Tot de burgeroorlog dichterbij kwam. Rebellen doken op in de oostelijke provincies, jongeren werden bedreigd, en vrijheid werd onzeker. “Je moest vluchten of meedoen,” zegt hij. Op zijn vijftiende stapte hij onder begeleiding van het Rode Kruis alleen op een boot, zijn eerste keer op zee, richting veiligheid.
In Nederland volgden asielzoekerscentra, procedures en onzekerheid. “De eerste jaren waren niet leuk. Ik wist niet waar mijn ouders waren. Maar ik moest door. Er was me een mooier leven beloofd.” Hij haalde zijn inburgeringsexamen, leerde de taal en vond langzaam zijn weg. Pas jaren later hoorde hij dat zijn vader geld had betaald om hem te laten ontsnappen. “Toen begreep ik waarom ik weg moest. Mijn ouders hebben alles gedaan om mij te beschermen.”
Amsterdam werd zijn thuis door een toevallige, maar bijzondere ontmoeting. In 2009 draaide hij als DJ op een feest in Almere toen hij haar zag, een jonge vrouw uit Sierra Leone, net als hij. “Het voelde meteen goed,” zegt hij. Zij woonde in Amsterdam, hij in Kampen. Hij lacht: “Ik zei: kom naar Kampen.” Zij: “Ik ga niet naar Kampen, dat is een dorp!” Hij verhuisde naar Amsterdam. In 2010 trouwden ze. Inmiddels hebben ze vier kinderen.
“Zij zijn mijn grootste trots,” zegt hij glunderend.
Toen Samuel in 2010 op Schiphol begon, werkte hij werkelijk overal: schoonmaak, catering, post, zelfs de KLM-hangar. “Ik was overal aan het werk. Maar ik wilde eigenlijk op één plek blijven.” Tijdens één van die vele diensten kwam hij terecht bij WTC Schiphol Airport. Een collega zag zijn inzet en vroeg: “Wil je bij ons blijven werken?”. Het was precies wat hij zocht: stabiliteit, mensen, contact.
In 2013, midden in een roerige tijd van reorganisaties, kreeg hij een contract. “Ik was zo blij. Veel mensen gingen weg, maar ik mocht blijven. Dat vergeet ik nooit.” Vanaf dat moment werd WTC Schiphol Airport echt zijn plek. Hij werkte veel aan de voorkant, tussen de huurders, bezoekers en collega’s. “Als je mensen vaak ziet, leren ze je kennen. Dan zeggen ze: hé, ken ik jou niet? Zijn bekendheid in het gebouw is simpel te verklaren: hij is er, elke dag, zichtbaar, warm, vrolijk.
Wie denkt dat Samuel thuis stilzit, vergist zich. “Ik doe veel,” zegt hij lachend, en dat is nog zacht uitgedrukt.
Hij speelt al zijn hele leven tafeltennis, traint meerdere keren per week en speelt bij een club. ”De Eerste Divisie zou ik graag halen, maar dan moet ik vijf keer per week trainen. Dat lukt niet in combinatie met alles wat ik doe.”
Muziek is zijn tweede natuur. Hij produceert pop en gospel, richtte zelfs een band op met zijn kinderen en treedt regelmatig op in de kerk. “Een zoon drumt, de ander speelt keyboard, mijn dochters zingen. We hebben inmiddels ons eigen liedje.”
Daarnaast is hij branche-pastoor binnen een internationale kerk met duizenden vestigingen. “Een pastoor helpt mensen. Je onderwijst, je luistert, je bidt. Het is mijn roeping.” Zijn geloof geeft richting: “Echte blijdschap komt niet van geld. Blijdschap komt van God.”
Vraag hem naar zijn advies, en zijn antwoord is helder: “Je moet jezelf ontdekken. Waarderen wat je hebt meegemaakt. Dankbaar zijn.” Hij kijkt niet weg van de moeilijke momenten in zijn leven, maar hij draagt ze als bouwstenen. “Ik kwam hier alleen, met niks. En kijk nu. Ik heb een vrouw, kinderen, een kerk en een leven. Dat is genade.”
Twintig jaar geleden zette hij zijn eerste stappen op Schiphol. Hij is nooit meer weggegaan. Niet omdat het moest, maar omdat het goed voelde. Een nieuw thuis.