Van Benoni naar Nederland
Remco’s levensverhaal begint in Benoni, een voorstad van Johannesburg. Zijn vader kreeg daar in de jaren tachtig de kans om te werken in een vliegtuigfabriek; zijn moeder had al familie in het land. Een zonnige, vrije jeugd volgde totdat zijn ouders uit elkaar gingen. Op achtjarige leeftijd verhuisde Remco samen met zijn moeder naar Nederland, naar Abcoude, waar ze introkken bij familie. Een nieuwe wereld, een nieuw leven én de plek waar hij zijn grote liefde ontmoette: Chantal.
Jeugdliefde en levenspartner
Chantal was het beste vriendinnetje van Remco’s jongste nichtje. Hij, acht jaar, “een snotjongetje dat rondrende in de tuin”, zij een meisje dat weinig van hem moest hebben. Totdat ze jaren later tijdens de dorpsfeestweek voor het eerst met elkaar zoenden. Wat begon als jeugdsentiment groeide uit tot een relatie die inmiddels meer dan 32 jaar standhoudt. De geboorte van hun zoon Kai noemt Remco nog steeds het mooiste moment van zijn leven al was hij zó overrompeld dat hij bij de aangifte even vergeten was hoe zijn kind heette.
De diensttijd die hem vormde
Op zijn achttiende wordt Remco opgeroepen voor militaire dienst, de laatste lichting die zich nog verplicht moet melden. Hij werkt op dat moment in de horeca, heeft een auto, een sociaal leven maar moet alles loslaten. Hij wordt geplaatst op de Korporaal Van Oudheusden‑kazerne (toevallig dezelfde achternaam), volgt een medische opleiding en sluit zich later aan bij een Nederlandse eenheid in Seedorf, Duitsland. Twee uitzendingen naar Joegoslavië volgen. Heftig, maar vormend. “De dienst heeft mijn hele leven bepaald,” zegt hij. “Als je daar hebt gestaan, kun je alles daarna beter aan.” Na vier jaar is het genoeg, verlengen betekent hoogstwaarschijnlijk een nieuwe uitzending naar Angola of Irak. “Dat gingen we dus even niet doen,” zegt hij. Hij probeert nog terug te keren naar Zuid‑Afrika, maar merkt dat zijn hart in Nederland ligt, bij Chantal. Hij komt na 7 maanden terug, ditmaal voorgoed.
Van eigen bedrijf naar WTC Schiphol Airport
Na de diensttijd bouwt Remco een eigen timmerbedrijf op. Zestien jaar lang is hij hier druk mee bezig. Soms bloeiend, soms hard werken om rond te komen. Uiteindelijk wint eerlijkheid het van ambitie: de druk wordt alsmaar groter en het plezier raakt op de achtergrond. Via een vriend komt hij bij GSA terecht en rolt hij als zzp’er het WTC Schiphol Airport binnen. Daar voelt alles meteen goed.
Sinds 2016 werkt Remco vier dagen per week op WTC Schiphol Airport. Geen dag is hetzelfde. Hij doet preventieve rondes, zorgt dat verlichting, airco’s, installaties en vertrouwelijke afvalstromen feilloos blijven lopen. Hij voorkomt storingen nog voordat iemand ze kan melden. Daarnaast helpt hij huurders direct met alles wat ze nodig hebben: van bureaus stellen en schilderijen ophangen tot het inhuizen van complete teams.